Snorkelen op Tenerife

Tenerife is een groot en veelzijdig eiland. Zowel boven- als onderwater. Waar je het letterlijke hoogtepunt met de Teide niet mag missen zijn er ook enkele snorkelspots die een bezoek waard zijn. Helaas hebben we ze niet allemaal af kunnen gaan door tijdgebrek (dankzij een covid besmetting), maar sommige spoken af en toe nog steeds door ons hoofd. Schrikken we ’s nachts wakker met de gedachten “wat hadden we daar allemaal wel niet kunnen zien”. Dus wil je gaan snorkelen op Tenerife? Gebruik dan de volgende locaties uit onze voorbereiding. Ben je juist benieuwd naar wat je kunt verwachten van snorkelen op de Canarische Eilanden? We hebben een blog opgesteld met wat je onderwater allemaal kunt zien.

Watertempratuur op Tenerife: misschien wel het fijnste aan snorkelen op Tenerife is de watertemperatuur. Deze ligt in de winterperiode gemiddeld boven de 19 °C en loopt net na de zomerperiode op tot dik 23 °C. Een wetsuit is (zelfs in de winter) niet altijd nodig, maar zorgt er wel voor dat je het langer uithoudt. We adviseren in de koudere maanden een 3/2 of 4/3 wetsuit en eventueel schoentjes.

El Puertito (Costa Adeje)

Deze kleine baai staat ook wel bekend als Turtle Bay. En in die hoedanigheid spookt hij door ons hoofd. Op de Google reviews wordt er echter niet veel over schildpadden gesproken, dus waarschijnlijk is het toch niet zo zeker dat je ze hier tegenkomt. De grootste kans om ze te zien heb je als de schildpadden naar het wateroppervlakte komen om te ademen. De rest van de tijd slapen ze op de bodem, of zoeken ze naar eten. Er komen drie soorten schildpadden voor: de lederschildpad, de dikkopschildpad en de groene zeeschildpad.
De baai is beschermd gebied waardoor ook andere (vis)soorten veel voorkomen. Een ideale snorkellocatie op Tenerife dus!

Abades Bay

We hebben dagen gewacht tot de wind ging liggen, maar helaas. En dat is meteen het nadeel van snorkelen op Tenerife, de weersomstandigheden zijn (zeker in de winter) niet altijd ideaal. Maar gelukkig is de omgeving, met het verlaten lepra dorp vol met graffiti, interessant genoeg om te ontdekken. Is het wel windstil dan heb je vanaf Abades verschillende kleine strandjes en baaitjes waar je lopend heen kunt. Met mooie natuurlijke poelen en grotten is er hier voor elk niveau snorkelaar iets moois te ontdekken.
Ben je met je camper op de Canarische Eilanden? Bij de vuurtoren was onze fijnste (gratis) overnachtingsplek.

Palm Mar

Deze snorkellocatie is anders dan de andere (ook op de andere Canarische Eilanden) locaties. Hier vind je een muur (ook wel bekend als de Palm Mar Wall) die in drie etages, met allemaal hun eigen specifieke vis- en weekdiersoorten, 24 meter de diepte in zakt. Als de condities goed zijn wordt er aangeraden om bij de kliffen van Los Cristianos het water in te gaan. Vanaf daar kan je langs de muur zwemmen. Ook de halve onderwatergrot spreekt tot de verbeelding. Kortom, een afwisselende locatie die zeker voor ervaren snorkelaars of freedivers interessant kan zijn!

Mocht je uitgekeken raken bij Palm Mar, of wil je op meerdere plekken op één dag snorkelen, dan vind je in de buurt nog een vuurtoren (Faro de La Rasca) met een rotsachtige kust vol leven. Dit is minder geschikt voor beginners met een diepte van 5 tot 18 meter.

Punta de Teno

Op het meest westelijke puntje van Tenerife heb je een heerlijk uitzicht op La Palma, La Gomera maar vooral op de imposante Los Gigantes. En dat is allemaal nog bovenwater. Onderwater gaat het door, doordat Punta de Teno in een beschermd zeereservaat valt is het een onderwaterparadijs. Het staat dan ook te boek als één van de beste snorkellocaties van Tenerife.

Doordat je op het meest westelijke puntje zit kunnen de condities verraderlijk zijn. Let dus altijd goed op. Voor de meeste zal Punta de Teno een stuk rijden zijn, maar gelukkig zijn er (als de zee ruig is) alternatieven in de vorm van de kleine baaitjes en rotspoeltjes. Dit maakt het ook met kinderen een leuke snorkelbestemming!

Playa de Las Teresitas

Voor wie het snorkelen gewoon eens wil uitproberen is het aangelegde Playa de Las Teresitas interessant. Dit grote strand is sowieso fijn voor een stranddag, maar langs de golfbreker die het strand afsluit zit ook voldoende leven. De baai zou zelfs erg in trek zijn bij de zee-engel (angel shark). Verblijf je in (of in de buurt van) Santa Cruz de Tenerife dan is dit een prima plek om te beginnen. Zelf overnachten we hier met de camper, om de volgende dag de ferry terug naar het vasteland te pakken. Voor ons een ideaal laatste luilekker strand met prima snorkelmogelijkheden.

Snorkelen op Lanzarote

Snorkelen op Lanzarote is af en toe een beetje zoeken en soms sta je echt raar te kijken als je bij een snorkellocatie aankomt. Maar zelfs vanaf mega toeristische stranden kan je onderwater een hele andere wereld aantreffen. Let vooral goed op stromingen en zoek bij (veel) golfslag een meer beschutte locatie op of kijk aan de andere kant van het eiland. In dit blog richten we ons vooral op mooie snorkelspots met een diepte van 1 tot 6 meter. Dit zijn dan ook allemaal gratis snorkelspots waar je zelf (met je eigen gear) heen kunt. Ben je juist benieuwd naar wat je kunt verwachten van snorkelen op de Canarische Eilanden? We hebben een blog opgesteld met welke onderwater dieren je allemaal kunt zien.

Watertempratuur op Lanzarote: misschien wel het fijnste aan snorkelen op Lanzarote is de watertemperatuur. Deze ligt in de winterperiode gemiddeld net boven de 18 °C en loopt in de zomerperiode soms op tot boven de 23 °C. Een wetsuit is (zelfs in de winter) niet altijd nodig maar zorgt er wel voor dat je het langer uithoudt. We adviseren je om in de koudere maanden een 3/2 of 4/3 wetsuit aan te doen en eventueel schoentjes.

Playa de Papagayo - 0,5 tot 8 meter diep

Als je op de kaart kijkt (en satelliet view gebruikt) is dit de meest logische snorkelspot op Lanzarote. In een beschermd gebied, waar je een paar euro entree moet betalen, vind je enkele mooie stranden. Onderwater gaat het door, met afwisselende rotswanden en open zandvlaktes. Sommige beschutte baaitjes maken dat je hier meestal wel kunt snorkelen. Dit was onze eerste plek waar we een angel shark hebben gezien.

Playa Flamingo – 0,5 tot 4 meter diep

Door middel van grote betonblokken is een beschutte baai gecreëerd. Als je aankomt lopen dan verwacht je ook totaal niet dat er veel leven onder water zit. Grote delen zijn ondiep, maar richting de opening naar zee wordt het dieper. Tussen de blokken vind je krabben en zeespinnen maar ook octopussen houden zich hier graag schuil. Wat vis betreft kom je verschillende scholen kleurrijke visjes tegen. Volgens onze bron soms zelfs de angel shark!

Playa Chica – 0,5 tot 5 meter diep

Ook dit is zo een plek waar je denkt dat de aanwezigheid van het toeristische centrum effect zal hebben op de onderwaterwereld. Maar niets is minder waar. Je vindt hier een combinatie van een open zandvlakte met twee rotsformaties welke in het water verdwijnen. Hierdoor is het redelijk beschut, vind je veel vis langs de rotsen en met geluk een rog verscholen in het zand.

Playa del Jablillo –  0,5 tot 4 meter diep

Als de zee ruig is dan kan je hier mogelijk nog rustig snorkelen. Het strand en de baai zijn namelijk beschut door golfbrekers. Deze bieden ook beschutting voor vissen waardoor je hier praktisch altijd prijs hebt. Wil je meer zien of willen de achterblijvers wat meer luxe? Dan is het naast gelegen Playa Bastián een mooie toevoeging. Met winkeltjes en toiletten heb je hier net iets meer voorzieningen.

Snorkelen op Gran Canaria

Gran Canaria is een afwisselende bestemming, met het mooie binnenland en de levendige dorpen en steden. Voor waterliefhebbers is er ook genoeg te doen, al is het aantal stranden wel beperkter als je het vergelijkt met sommige andere Canarische Eilanden. Maar hoewel je minder stranden hebt als ingang tot de onderwaterwereld, is het uiteindelijke resultaat als het goed is niet minder mooi. Ook hier vind je kleurrijke vissen in een levendige onderwaterwereld.

Gran Canaria is helaas het enige eiland waar we niet hebben kunnen snorkelen omdat de condities het simpelweg niet toelieten of omdat we het binnenland aan het ontdekken waren. We doen daarom ook geen uitspraken over te verwachten dieptes. Het aantal snorkellocaties is dus beperkter dan bijvoorbeeld Lanzarote of Fuerteventura, maar je kunt zeker snorkelen op Gran Canaria. Deze locaties stonden op ons lijstje. Ben je juist benieuwd naar wat je kunt verwachten van snorkelen op de Canarische Eilanden? We hebben een blog opgesteld met welke onderwater dieren je allemaal kunt tegenkomen.

Watertempratuur op Gran Canaria: misschien wel het fijnste aan snorkelen op Gran Canaria is de watertemperatuur. Deze ligt in de winterperiode gemiddeld rond de 19 °C en loopt net na de zomerperiode op tot soms wel 24 °C. Een wetsuit is (zelfs in de winter) niet altijd nodig maar zorgt er wel voor dat je het langer uithoudt. We adviseren om in de koudere maanden te kiezen voor een 3/2 of 4/3 wetsuit en eventueel schoentjes.

Tufia

Het begint al bij het zwarte vulkanische zand, wat onderwater doorloopt. Snorkel naar het rechtergedeelte van het strand want hier hoor je mooie vulkanische rotsformaties tegen te komen. Uiteraard vol met leven door de kleine lavagrotten op de bodem.

Playa de Mogán

Dit hoort dé snorkelplek van Gran Canaria te zijn. Ideaal voor beginners maar ook voor meer ervaren snorkelaars zijn er hier mooie plekjes te vinden. De baai is beschermd door een golfbreker waardoor je hier ook met een ruigere zee meer kans hebt op een veilige snorkeltrip. Vissen genieten van dezelfde bescherming waardoor ze er in overvloed horen te zitten. Meer ervaren snorkelaars kunnen, als condities het toelaten, hun hart ophalen aan de rechterkant van de golfbreker.

Playa Las Carpinteras

Dit is een wat afgelegen strand met interessante rotsformaties en met hoog water een vulkanisch rif. Helaas waren de condities voor ons niet ideaal, maar de potentie liet zich wel snel zien. Vanaf Playa Las Carpinteras kan je te voet naar Playa Montaña Arena. Een mooi afgelegen strand, de rotsen tussen de beide stranden kunnen niet anders dan een levendige onderwaterwereld onderhouden.

Risco Verde

Hier vind je meerdere snorkelspots dichtbij elkaar. Beginners of kinderen kunnen bij Zoco Negro (in het centrum van Arinaga) veilig snorkelen achter de zeewering. Zijn de condities op zee rustig dan zijn er in de richting van Risco Verde nog enkele mooie plekken om te snorkelen.

Las Merinas

Voor liefhebbers van zeeanemonen zou dit de plek moeten zijn. Je vindt hier namelijk enkele grote exemplaren en ook koraal groeit hier bovengemiddeld goed. Niet gek dat dit dan ook een populaire snorkellocatie op Gran Canaria is. Zeker in de zomermaanden hoort er praktisch nooit stroming te staan waardoor dit een goede locatie is voor beginners of kinderen.

Playa del Cabrón

Dit is één van de drie beschermde zeereservaten (waar vissen verboden is) op Gran Canaria. Het is een populaire duik en snorkellocatie. Je komt hier door een afgelegen weg te volgen. Volgens onze check mag je hier niet meer rijden (al spreken bronnen dat het met een 4x4 zou mogen). Houd dus rekening met een wandeling. Eenmaal onderwater vind je een divers onderwaterlandschap met bogen, grotten en drop-offs. Het zou de plek zijn voor groupers, barracuda’s en roggen.

Snorkelen op Fuerteventura

Hoewel Fuerteventura vooral bekend staat als wind- en kitesurf walhalla is het ook mooi snorkelen op Fuerteventura. Je zult echter wel meer rekening met de condities moeten houden. Maar is het windstil dan is de onderwaterwereld gruwelijk mooi en afwisselend. De grootste kans op goede snorkelcondities vind je aan de oostkust. In dit blog richten we ons vooral op mooie snorkelspots met een diepte van 1 tot 6 meter. Dit zijn dan ook allemaal gratis snorkelspots waar je zelf (met je eigen gear) heen kunt.
Ben je juist benieuwd naar wat je kunt verwachten van snorkelen op de Canarische Eilanden? We hebben een blog opgesteld met wat je onderwater allemaal kunt zien.

Watertempratuur op Fuerteventura: misschien wel het fijnste aan snorkelen op Fuerteventura is de watertemperatuur. Deze ligt in de winterperiode gemiddeld rond de 18 °C en loopt net na de zomerperiode op tot boven de 23 °C. Een wetsuit is (zelfs in de winter) niet altijd nodig, maar zorgt er wel voor dat je het langer uithoudt. Daarom adviseren we in de koudere maanden een 3/2 of 4/3 wetsuit en eventueel schoentjes.

La Caleta – 2 tot 8 meter diep

Misschien een hidden gem aangezien we hem op geen ander overzicht zijn tegengekomen. Maar wat is het hier fijn snorkelen, met een rotswand die opeens vier tot vijf meter zakt. Je gaat hier sowieso veel vis zien en als je geluk hebt ook (meerdere) angel sharks! Ook als je enkele honderden meters afzakt naar het zuiden (naar een kleine baai) heb je kans om de angel shark, roggen of zeekatten te zien.

Isla de Lobos – 0,5 tot 4 meter diep

Dit eiland staat bekend om zijn prachtige stranden maar ook om het snorkelen! Een ideaal dagtripje dus, want je kan hier enkel vanaf Corralejo per boot naartoe. Het snorkelen wisselt open zandvlaktes af met rotspartijen.

Let op: wil je eten op het eiland zorg dan dat je vooraf (een dag) reserveert.

El Cotillo (noord ervan) –  0,5 tot 2 meter diep

Noord van dit schattige dorpje, wat vooral surfers aantrekt, vind je enkele mooie snorkelspots. Richting de vuurtoren heb je aan de westkust enkele beschutte baaitjes en zelfs bijna afgesloten poeltjes, maar laat dat tjes maar weg. Aan het oosten van de vuurtoren zijn ook nog enkele baaien gelegen welke er uitnodigend uitzien. Playa del Castillo (zuid van El Cotillo) schijnt op een dag zonder golven en wind ook leuk snorkelen te zijn.

El Puertito – 1 tot 8 meter diep

De vallei waar dit strand in ligt wordt Palm Valley genoemd. Door de hoeveelheid palmbomen inderdaad. Maar het is hier ook leuk snorkelen, vooral aan de linker kant van het strand, met grote rotsblokken met openingen erin. Let wel op want de stroming kan hier verraderlijk zijn. Door de vele rotspartijen kom je hier geregeld trompetvissen tegen. Dit is ook een locatie waar duikexcursies heen gaan. Volg je de oostkust verder naar het zuiden dan zijn er meerdere mooie baaitjes tot aan Costa Calma waar je vaak beschut kunt snorkelen.

Morro Jable – 1 tot 8 meter diep

Ook richting het ruige zuiden is het nog leuk snorkelen. Net zuidelijk van Morro Jable, waar er steeds meer rotsen het water in verdwijnen, vind je enkele mooie spots. Je schijnt hier barracuda’s en murenen te kunnen spotten. De kliffen voor de kerk is dan weer de plek om grote roggen te spotten. Houd ook hier de condities goed in de gaten en ga enkel met een rustige zee het water in.

Snorkelen op de Canarische Eilanden

Moet je nog overtuigd worden om te gaan snorkelen op de Canarische Eilanden? Dan is hier ons korte antwoord: zeker doen! De onderwaterwereld is compleet anders dan wat je op land aantreft. Dit maakt het ook voor de niet-snorkel-enthousiast haast een must. Simpel gezegd heb je de eilanden niet helemaal gezien als je niet ook onderwater gekeken hebt. Het is hier levendig, kleurrijk en heeft soms nog mooiere lavaformaties. Voor de enthousiastelingen is het goed om te weten dat er voor elk niveau wat te doen is. Zo is freediven goed vertegenwoordigd op de meeste eilanden, ook met cursussen en gidsen. In dit blog vertellen we je wat je allemaal kunt verwachten tijdens een snorkeltrip op de Canarische Eilanden. Ben je op zoek naar specifieke snorkellocaties? We hebben per eiland de mooiste snorkelspots op een rijtje gezet. Dit zijn allemaal gratis snorkelspots waar je zelf (met je eigen gear) heen kunt.

Watertempratuur op de Canarische Eilanden: misschien wel het fijnste aan snorkelen op de Canarische Eilanden is de watertemperatuur. Deze ligt in de winterperiode gemiddeld net boven de 18 °C en loopt in de zomerperiode soms op tot boven de 23 °C. Een wetsuit is (zelfs in de winter) niet altijd nodig, maar zorgt er wel voor dat je het langer uithoudt. We adviseren om in de koudere maanden voor een 3/2 of 4/3 wetsuit te gaan en schoentjes. Niet alleen zijn de schoentjes fijn in de flippers en tegen de kou, ook loop je zo makkelijker over de rots en lava achtige reefs heen om in dieper water te komen.

Wat kan je verwachten van snorkelen op de Canarische Eilanden

Misschien wel het belangrijkste om te weten is dat je tijdens het snorkelen geen gevaarlijke dieren tegenkomt. Toch laten we je even schrikken, je kunt namelijk wel een haai tegenkomen; de Zee-engel (Angel Shark). Deze Zee-engel is totaal ongevaarlijk en lijkt eigenlijk helemaal niet op een typische haai, meer op een rog. Het spotten van (meerdere) angel sharks was ons persoonlijke hoogtepunt.

Met een gemiddeld zicht van 30 meter zijn de Canarische Eilanden echt een paradijs voor onderwaterliefhebbers. Het onderwaterleven verschilt iets per eiland, zo zijn er plekken waar de kans groter is op het zien van roggen of angel sharks maar ook dolfijnen en walvissen zwemmen hier rond. Al zal het zien van deze dieren nog steeds met een grote portie geluk te maken hebben. Je gaat zeker een paar van de 500 verschillende vissoorten zien en zoek ook naar zeekatten, octopussen en zeepaardjes. Trouwens, zeeanemonen, krabben en zelfs zeeschildpadden kom je ook zomaar tegen. Om een nog beter beeld te geven van wat je kunt verwachten pikken we er enkele (vis)soorten uit die je kunt tegenkomen tijdens een snorkeltrip.

Toffe snorkellocaties per eiland

Camper badkamer/douche bouwen

Als je voor een wat serieuzere zelfbouw camper gaat dan ga je waarschijnlijk werken met een watertank, waterpomp en een afvoer die iets meer is dan een simpele jerrycan onder de gootsteen. Als je dat dan toch allemaal gaat aanleggen is een douche in de camper ook het overwegen waard. Want van het inbouwen van water en de afvoer is het een kleine stap naar het bouwen van een badkamer of natte cel. Onze badkamer is klein, 550 x 850 millimeter, maar doet precies wat het moet doen. Het is de plek waar het composttoilet staat en we kunnen hier warm douchen. En vooral dit laatste onderdeel maakte het inbouwen van de badkamer een stukje lastiger. De ruimte moet uiteraard helemaal waterdicht zijn. Er zijn verschillende manieren om je douche in de camper waterdicht te maken. Op advies van de watersportwinkel zijn wij gegaan voor een combinatie van epoxylijm en vier lagen epoxyverf. Dit is wat meer hufterproof dan bijvoorbeeld tegels en aangezien wij ook off-road rijden heeft dat onze voorkeur.

Afvoer wegwerken onder de vloer

De afvoer is een van de onderdelen die tijdens onze bouw al voor een lange tijd op de uiteindelijke plek heeft gelegen voordat we met de badkamer aan de slag gingen. De afvoer is namelijk onder de vloerplaten weggestopt. Net als bij het aanleggen van je camper elektra is dit iets waar al vroeg in het bouwproces over nagedacht moet worden om complicaties te voorkomen. Pas op het moment dat we de badkamer zijn gaan afwerken zijn de (toevoer) waterleidingen gelegd, welke met drukzadels (voor elektra kabels) aan de muur zijn bevestigd.

Voor de afvoer gebruiken we speciale waterafvoerslangen, voor het eerste deel gebruiken we een slang met 20 mm doorsnede, voor het laatste deel gebruiken we voor de zekerheid een slang met 30 mm doorsnede zodat het water soepel kan doorstromen. Via een koppelstuk zijn beide slangen aan elkaar gekoppeld. Je kunt uiteraard ook kiezen voor pvc-afvoerbuizen in plaats van de flexibele waterafvoerslangen waar wij voor gekozen hebben.

Tip: probeer zo veel mogelijk verval in je afvoer te maken. Als dit verval te klein is (het is lastig om precies aan te geven wat te klein is) zal het water moeilijker of niet wegstromen in sommige situaties. Dus probeer zo veel mogelijk verticaal hoogteverschil te krijgen na of in je doucheputje(s) en richting de vuilwatertank.

Zelf een douchebak maken in de camper

Aangezien de wanden welke we gebruiken voor de natte cel ook gebruikt worden voor o.a. de keuken staan deze al voordat we de badkamer helemaal afwerken. We maken, net als bij de rest van de inbouw, gebruik van Okoumé platen. Ook de douchebak bouwen we op uit hetzelfde Okoumé hout. Het grote verschil is dat we het hout nu niet in een normale primer zetten.

Alle kopse kanten smeren we in met epoxylijm voordat we de douchebak in elkaar vastschroeven. We werken de hoeken in de douchebak (en alle naden in de rest van de badkamer) ook af met deze epoxylijm. Je kunt dit vergelijken met het aanleggen van een kitrand maar dan een die superhard wordt. De naden zijn hierdoor waterdicht geworden. Je kunt eventueel ook kiezen voor een kimband om de naden te dichten.

De douchebak valt binnen de zijwanden en de wand waar de deur in komt. We werken met een opstaande rand van ongeveer 10 centimeter, aan een kant is deze opstaande rand hoger omdat dit een koofje wordt.

Tip: ga je een douchebak bouwen dan kan het slim zijn om twee doucheputjes te plaatsen. Zo heeft het water altijd een putje waarin het makkelijk wegloopt (mits je voldoende verval hebt), ook als je net iets schuin staat.Er zijn uiteraard ook kant en klare douchebakken verkrijgbaar. Let hierbij op de stevigheid van het materiaal. We hebben bij andere camper bouwers gezien dat de plastic douchebak na twee jaar vervangen werd doordat de bak gescheurd was.

Aangezien het composttoilet een permanente ontluchting nodig heeft, die we door de vloer willen voeren, moeten we een oplossing vinden zodat deze niet in de douchebak zit. Mede daarom werken we met een koofje. Hier kan de ontluchtingsslang in de zijkant in, om dan droog door de vloer te gaan. Het koofje is ook de plek waar de verwarmingsbuizen, waterleidingen en enkele elektrakabels veilig langs de douchebak lopen.

Douchewanden met verschillende diktes

In onze badkamer werken we met drie verschillende diktes houtplaten. De zijwanden zijn beide 15 millimeter, de wand waar de deuropening in zit is 10 millimeter en de wand langs de zijkant van de camper is opgetrokken met 4 millimeter.

Om een betere verbinding te maken tussen de 15 millimeter wanden en 4 millimeter wand (en een grotere kier op te vullen) plaatsen we twee extra stroken hout in de hoeken. In die latten boren we gaten met een gatenboor voor buiskoppelingen in een 90 graden hoek. Als de douche straks is afgewerkt plaatsen we hier buizen tussen waar de was en handdoeken over uitgehangen kunnen worden. Ook deze buiskoppelingen zijn met epoxylijm verlijmd.

Zodra alles op de definitieve plek zit (en ook de muurplaat voor de douchekraan is geïnstalleerd) starten we met de epoxyverf klus. Het advies van de watersportwinkel was om te werken met één laag epoxyprimer (te plaatsen op onbewerkt hout) gevolgd door drie lagen epoxyverf.

Camper winterklaar maken

Voor het eerst in ons camper leven gaan we een hele winter niets met onze camper doen. We gaan niet overwinteren in Portugal, Spanje of Marokko. Pakken de ferry niet naar de Canarische Eilanden of een andere zonovergoten bestemming. Deze winter blijven we in Nederland – en niet in Brutus – en daar hoort het winterklaar maken van de camper bij. In dit blog nemen we je dan ook mee langs alle stappen die wij hebben genomen om onze camper klaar te maken voor de winter. Maar uiteraard geven we ook algemene tips die voor veel camperaars relevant kunnen zijn. Bijvoorbeeld als je in tegenstelling tot ons de camper in een (winter)stalling hebt staan. Onze Brutus blijft deze winter op de oprit staan, zodat we af en toe nog wat kleine werkzaamheden kunnen oppakken. Hopelijk de ideale combinatie met een goede voorbereiding, maar dat weten we pas echt als de lente straks weer begint.

Deze tips voor het winterklaar maken van je camper gaan niet enkel over vorstbescherming van je apparatuur maar ook over het maandenlang stilstaan van de camper. Een zo compleet mogelijke opsomming van tips om je camper zo goed mogelijk de winter door te krijgen! Maar waarschijnlijk is het tweede deel ook relevant bij het winterklaar maken van je caravan.

Motorisch deel winterklaar maken

Voor het gemak beginnen we met de tips om het autogedeelte en de motor voor te bereiden op de winter. Dit is namelijk de eerste stap in het winterklaar maken van de camper. Veelal moet je deze stappen doen voordat de camper op zijn overwinterbestemming aankomt.

Zorg voor een volle brandstoftank

Hoewel deze tip vooral relevant is voor dieselmotoren kan het ook zeker geen kwaad voor een benzinetank. Een volle brandstoftank voorkomt namelijk dat er condensvorming (water) in de tank kan plaatsvinden. Zou je tank voor de helft gevuld zijn dan zit de andere helft vol met lucht waar vocht in zit. Dit vocht slaat op de wanden van de tank als het kouder wordt en kan roestvorming bevorderen.

Daarnaast speelt ook mee dat de samenstelling van diesel (en lpg) in de winter anders is dan in de zomer. Zomerdiesel kan vlokken gaan vormen als deze te ver afkoelt waar zomer-lpg juist vloeibaar (en niet meer bruikbaar) wordt rond het vriespunt. Tank de camper dus pas vol net voordat je de camper winterklaar maakt, en niet al in de zomer na je laatste trip. In het geval van dieselmotoren voorkomt dit mogelijke verstoppingen in brandstofleidingen, filters of zelfs de brandstofpomp. Met winter lpg weet je dan weer zeker dat je de motor gestart krijgt als het nog vriest of in ons geval dat we indien nodig de verwarming op vorstbescherming kunnen zetten of zelfs Brutus helemaal kunnen verwarmen als we logees krijgen.

Tip: rij nog een halfuurtje nadat je hebt getankt om er zeker van te zijn dat alle leidingen gevuld zijn met de winterversie van je brandstof.

Let op: staat je camper tijdens de winter in een stalling? Dan zijn er vaak specifieke regels m.b.t. gasflessen en lpg-tanks. Vraag altijd bij je stalling na wat deze regels zijn.

Controleer auto/motor vloeistoffen of eventueel een kleine beurt

Je hoeft zeker niet voor elke winterperiode langs de garage maar het kan wel handig zijn om rond deze periode standaard een kleine beurt te plannen. Het grote voordeel behaal je hier vooral als je de camper in de lente of zomer weer uit de winterstalling haalt. Je weet dan namelijk dat je hem zonder gebreken hebt weggezet, en er dus (als het goed is) ook zonder gebreken mee op pad kunt. Niets is vervelender dan erachter komen dat er iets mis is met je camper op het moment dat je er mee weg wilt, terwijl hij daarvoor een hele winter heeft stilgestaan.

Tijdens de kleine beurt kan je de garage direct vragen om alle vloeistoffen te controleren. Maar als je een beetje handig bent kan je dit uiteraard ook zelf doen. Controleer de logische vloeistoffen: het oliepeil, de remvloeistof en de stuurbekrachtiging olie. Vergeet ook de koelvloeistof en ruitenwisservloeistof niet te controleren. Check deze niet enkel op het peil, maar ook op de mate waarop deze nog bescherming tegen bevriezing bieden (antivries). Te weinig antivries kan het reservoir, leidingen of zelfs de motor of de radiateur beschadigen. En dat terwijl het makkelijk te voorkomen is.

Tip: gebruik de handrem van je camper niet als je hem de hele winter wegzet. De remleiding kan door viezigheid of roest vast komen te zitten. En dat is lastig wegrijden! Je kunt hem in de versnelling zetten maar ook daar schijnen negatieve kanten aan te kunnen zitten. Maar heb je een versnellingsbakslot dan ontkom je hier niet aan. De gevolgen van het in de versnelling laten staan wegen namelijk niet op tegen de bescherming die het biedt. Wielkeggen zorgen ervoor dat je de handrem (en versnelling) niet nodig hebt.

Voorkom flat spotting: bandenspanning verhogen of bandenbeschermer

Het langdurig stilstaan kan ervoor zorgen dat je banden vervormen. Dit wordt ook wel flat spotting, afplatting of afvlakking genoemd. De banden zakken zogezegd door. Het gewicht van de camper deukt het rubber in waardoor je een vlak of plat deel in de band krijgt (en gebolde wangen). Dit kan trillingen tijdens het rijden veroorzaken. En hoewel een lichte vorm van het afplatten tijdens het rijden zichzelf oplost, wil je een erge vorm voorkomen.

Flat spotting is vrij eenvoudig te voorkomen door de bandenspanning wat te verhogen. Je kunt ofwel de spanning aanhouden voor een volgeladen camper of verhoog de bandenspanning met 0,5 tot 1 bar. Houdt uiteraard rekening met de maximale bandenspanning die op de zijkant van je band vermeld staat. Er bestaan ook speciale bandenbeschermers waarmee je flat spotting kunt voorkomen.

Staat de camper dichtbij huis? Dan zou je er ook nog voor kunnen kiezen om de camper om de paar weken een halve wielomtrek te verplaatsen. Zo deuk je eventuele flat spotting weer uit.

Tip: heeft je camper uitdraaisteunen? Draai deze dan uit (als de stalling dat toelaat). Hiermee ontlast je de wielen ook en het is tegelijkertijd een mooie antidiefstal maatregel. Je zou hier eventueel ook assteunen voor kunnen gebruiken, let dan wel op tijdens eventuele werkzaamheden en bepaal of het niet veiliger is om de camper weer te laten zakken.

Voorkom uitdroging of vervorming van rubbers

De meeste campers hebben rubbers om bijvoorbeeld ramen, deuren en luiken luchtdicht af te sluiten. Tijdens de winter kunnen deze rubbers uitdrogen. Hierdoor bestaat de kans dat er tocht of zelfs water de camper in kan komen. Terwijl dit vrij eenvoudig te voorkomen is, door de rubbers jaarlijks te behandelen met een vet, bijvoorbeeld siliconenspray of een neutrale vaseline.

Tip: met siliconenspray kan je ook direct je sloten en scharnieren smeren.

Ook de ruitenwissers kunnen tijdens je winterstalling vervormen doordat ze constant tegen het raam worden gedrukt. Dit is eenvoudig te voorkomen door ze (iets) van het raam af te houden. Dit kan bijvoorbeeld al met een (champagne) kurk.

Fabriekscamper vs. Zelfbouw camper

Eindeloze opties wanneer je naar een (voor jou nieuwe) camper zoekt. Breed genomen kan je ervoor kiezen om zelf een camper te bouwen of om een al gebouwde camper te kopen. En daar heb je dan weer de mogelijkheid in om voor een zelfgebouwde camper of voor een fabriekscamper te gaan. In dit blog gaan we in op de verschillen zodat je voor jezelf kunt bepalen welk type camper het beste bij jouw wensen en reisplannen past. En of je zelf gaat bouwen of juist niet. Want we kunnen meteen duidelijk zijn, er is geen duidelijke winnaar. In Nieuw-Zeeland bouwde we in een paar weken een backpacker busje, voor onze reis door Europa zou het zelf bouwen te veel tijd betekenen (en het mislopen van inkomsten) waardoor we voor een fabriekscamper kozen. We trokken er jarenlang met plezier mee door Europa, tot we de overstap maakten naar een 4x4-camper en weer zelf zijn gaan bouwen. Dat bouwproces duurde acht maanden en ondertussen rijden we er alweer dik twee jaar mee rond. Voldoende ervaring om de voor- en nadelen van zelfbouw- en fabriekscampers te benoemen dus!

Wat is wat: het verschil tussen beide camper types

Het grootste verschil tussen een fabriekscamper en een zelfbouw camper is wie hem gebouwd heeft. Zelfbouw campers worden veelal door particulieren ingebouwd, naar eigen inzicht en naar eigen mogelijkheden. In een uitzondering wordt een zelfbouw camper in opdracht gebouwd. Zelfbouw campers zijn dan ook maatwerk, er rijdt er vaak maar één van rond. De meest gebruikte basis voor een zelfbouw camper is een kale bus, waardoor zelfbouw campers vaak te vergelijken zijn met een buscamper. Al zijn hier uiteraard ook uitzonderingen te vinden van mensen die ook de hele camperopbouw (box-unit) bouwen en inbouwen.

Een fabriekscamper is dan juist weer gebouwd door professionals in een, de term zegt het al, fabriek. Dit zijn gespecialiseerde bedrijven die zich hebben toegelegd op het maken van uiteenlopende campers. Ze zijn te vergelijken met autofabrikanten, ze hebben verschillende modellen en uitvoeringen. De fabriekscamper is dan ook het type camper waar bijna iedereen aan denkt als de term camper valt. Fabriekscampers zijn onder te verdelen in vier camper soorten; alkoof-, half-integraal-, integraal- en buscampers. Deze vier soorten hebben een zichtbaar verschillend uiterlijk maar zijn wat interne voorzieningen meestal vergelijkbaar. In de binnenruimte of oppervlakte zitten vaak de grote verschillen. Bij de voor- en nadelen van de fabriekscampers zullen we per camper soort ingaan op de voor- en nadelen.

Tip: Heb je nog geen idee welk type camper het best bij je past? Huur dan eerst eens een camper. Zo krijg je feeling met wat voor jou wel of juist niet werkt. Maar misschien nog belangrijker, hoe het leven of reizen in een camper bevalt. Niets is zo jammer als maanden klussen om er vervolgens achter te komen dat het type camper niet bij je past, of dat reizen met de camper niets voor jou is. Via Goboony of PaulCamper huur je een (zelfbouw of fabrieks-) camper van een particulier. De ideale manier om te testen dus. De huurkosten verdien je vervolgens zelf terug door jouw toekomstige camper bij zowel Goboony als PaulCamper te huur aan te bieden als je jouw camper niet gebruikt.

Fabriekscamper voor- en nadelen

Fabriekscampers worden dus gebouwd door professionals, vaak zijn dit merken die al tientallen jaren campers bouwen. Dit type camper is vaak van alle luxe voorzien en zo praktisch mogelijk ingericht. In ieder geval voor de tijdgeest van het bouwjaar als je een tweedehands fabriekscamper overweegt. De meeste fabrikanten kopen bussen of bus onderstellen waar ze vervolgens hun eigen camper in- of opbouwen. Behalve bij buscampers is de opbouw vaak gemaakt van een houtenframe met camper isolatie en afgewerkt met aluminium of kunststof.

Algemene voordelen van een fabriekscamper

Algemene nadelen van een fabriekscamper

De vier verschillende soorten fabriekscampers hebben naast bovengenoemde algemene voor- en nadelen uiteraard ook hun eigen specifieke voor- en nadelen. Een korte uiteenzetting van de verschillende soorten campers vind je onder de afbeeldingen:

Canarische Eilanden met de camper

De Canarische Eilanden staan natuurlijk vooral bekend als de ultieme zonbestemming. En met de dikke hotelketens, zwem- en glijbaanparken en een uiteenlopend aanbod aan (dag)excursies is dat niet zo gek. De eilanden – vooral Tenerife, Gran Canaria en in mindere mate Fuerteventura – zijn ingericht op (massa)toerisme. Op zonnebrand smeren en genieten van de zon aan het zwembad of op het strand. Maar de Canarische Eilanden zijn meer dan dat. Ze zijn de ideale camper bestemming voor als je op zoek bent naar rust en ruimte, naar mooie wandelingen, fietstochten of watersporten. En dat uiteraard met een heerlijk klimaat, want zelfs in de winter is het hier met gemiddeld 20 °C (op zeeniveau) goed uit te houden. In dit blog vertellen we hoe het is om met de camper naar de Canarische Eilanden te gaan, wat je kan verwachten en uiteraard of we het je aanraden.

Onze ervaring: Eind 2021 rijden we in Huelva (Zuid-Spanje) de ferry op om met de camper de winter door te brengen op de Canarische Eilanden. Uiteindelijk blijven we vier maanden en doen we vijf van de zeven grote eilanden aan voordat we weer met de boot terugvaren. We hebben het erg naar ons zin gehad en raden de Canarische Eilanden zeker aan als camper bestemming.  

Hoe staan locals tegenover campers?

Niet geheel onbelangrijk bij een nieuwe, en toch redelijk verre bestemming, is of de locals wel op je zitten te wachten. Er is niets vervelender dan aankomen op een nieuwe locatie om erachter te komen dat je eigenlijk niet welkom bent. Gelukkig kunnen die zorgen weer direct de ijskast in. De locals lijken camperaars, mits ze zich netjes gedragen, te omarmen. Voor sommige Canario’s lijkt het zelfs een ultiem levensdoel te zijn: reizen met een camper. De eilanden kennen dan zelf ook een redelijk grote camper community. Een gedeelte van deze community oogt alsof het uit armoede is ontstaan. Vooral op de grotere eilanden zijn clusters van permanent bewoonde campers en caravans ontstaan, dit zijn niet de pittoreske camperplaatsen met mooie uitzichten en zijn dan ook geen aanrader. Maar er zijn genoeg andere plekken die dat wel zijn! En daar wacht vaak een vriendelijk gesprek met locals of lokale camperaars. Ook als je even geen camper bij je hebt zijn mensen vriendelijk.

Weinig camperplaatsen of campings

Hoewel campers dus populair zijn, zijn er weinig campings of camperplaatsen beschikbaar. Dit verschilt uiteraard per eiland. Zo zijn er op Gran Canaria en Tenerife wel een aantal campings (die het hele jaar open zijn) en officiële camperplaatsen (of aangewezen parkeerplaatsen). Lanzarote heeft één camping die enkel in de zomer open is. Fuerteventura heeft twee camperplaatsen waarvan één locatie zo apart is (betaald en direct achter een BP-tankstation in Corralejo) dat deze meer gebruikt wordt als tijdelijke stalling dan als camperplaats waar je het vakantiegevoel krijgt. De tweede in Betancuria (gratis) is prima voor een paar nachten. San Sebastian de La Gomera heeft één gratis camperparkeerplaats en het is mogelijk om betaald op de parkeerplaats van de haven (met faciliteiten) te overnachten.

Bos en natuurcampings op Gran Canaria en Tenerife

Naast de commerciële campings op Gran Canaria en Tenerife hebben deze beide eilanden nog een ander alternatief. Hier heeft de lokale regering een aantal openbare (en gratis) campings op gezet. Je mag hier tot zeven dagen verblijven (mits anders aangegeven) en er zijn vaak toiletten, douches en andere faciliteiten aanwezig. Helaas werkt dit niet volgens het come and go principe zoals we gewend zijn van bijvoorbeeld gratis camperplaatsen op het Europese vasteland. Wat je hier moet doen is je (online) aanmelden/registreren om een vergunning te krijgen. Als je deze vergunning hebt is het noodzakelijk om vooraf je plekje op de camping te reserveren (dit kan online).

Tip: online hebben wij geprobeerd om een vergunning te regelen. Helaas liep dit helemaal mis en kregen we foutmelding na foutmelding. Gebeurt dit ook bij jou? Dan is het aan te raden om langs het kantoor te gaan om de vergunning te verkrijgen. 

Wil je langs het kantoor gaan dan is het slim om dit te plannen. Zo zit het kantoor op Gran Canaria midden in de hoofdstad Las Palmas. Hou ook rekening met de (Spaanse) openingstijden. Zonder een registratie mag je niet op deze mooie locaties overnachten en riskeer je zelfs een boete.

Online is de vergunning hier (Cabildo de Tenerife) te regelen voor Tenerife en hier (Cabildo de Gran Canaria) voor Gran Canaria. En dat is de moeite waard, want deze campings liggen schitterend in de natuur en zullen je overnachtingsmogelijkheden en dus je ervaring op de eilanden flink verbeteren.

Wildkamperen op de Canarische Eilanden

Door het gebrek aan officiële camperplaatsen of campings is het dus vooral wild staan. Er zijn geen specifieke regels voor het overnachten met een camper op de Canarische Eilanden. In principe is het toegestaan om overal te overnachten mits er geen verbodsborden staan en je geen camping- of kampeergedrag vertoont. Dus geen hangmatten, zonneschermen of tafels en stoelen naast de camper. In de praktijk wisselt dit nog per eiland en zelfs gebied. Op sommige plekken mag er prima kampeergedrag worden vertoond mits je het netjes houdt en je spullen weer opruimt als je ze niet meer gebruikt.

Faciliteiten, zoals het legen van toilet en vuilwatertank of het vullen van water zijn er gelukkig wel goed te vinden. Veel tankstations hebben een servicestation waar je voor een euro X minuten water koopt. Ook mag je de vuilwatertank legen tijdens het afspuiten van de camper en hebben sommige een leegstation voor het chemisch toilet. Op La Gomera is er een servicestation in de haven van San Sebastian de La Gomera.

Toch voldoende overnachtingsplekken: Park4Night heeft het grootste overzicht van mogelijke overnachtingsplekken. Zowel officiële camperplaatsen als plekken om wild te staan.

Toch ultieme camper overwinter bestemming

Hoewel het aanbod campings en camperplaatsen beperkt is betekend dit niet dat de Canarische Eilanden geen camper bestemming zijn. De eilanden zijn sinds kort zelfs bezig met een charmeoffensief om meer camperaars aan te trekken. Zo zijn er ook meer faciliteiten aangekondigd. Maar dat alleen maakt het nog niet de ultieme overwinter bestemming. Daar speelt het klimaat een grote rol in. Het Spaanse vasteland en ook Portugal zijn mooie overwinter bestemmingen maar de Canarische Eilanden vallen eerder in het rijtje met Marokko. Met een gemiddelde van 20 °C en een zeewatertemperatuur van rond de 13 °C is een wetsuit niet eens altijd nodig, al is het wel aan te raden met surfen en snorkelen. Uiteraard is het in de bergen kouder, maar daar is het dan ook ideaal verkoeling zoeken tijdens de warmere dagen.

Wist je dat, benzine en diesel een stuk goedkoper zijn op de Canarische Eilanden? Dankzij andere belastingregels, lagere accijnzen en een lagere BTW dan op het Spaanse vasteland betaal je al snel €0,40 tot €0,60 minder per liter.

Naast het heerlijke klimaat is er voldoende te doen op de eilanden. Of je nou gefascineerd bent door vulkanen en lavastromen of dat je komt voor watersporten als wind-, kite-, golfsurfen, duiken, snorkelen of freediven. Maar ook als je meer van het hiken of fietsen bent blijf je makkelijk de hele winter bezig. Doordat de eilanden onderling voldoende van elkaar verschillen is er afwisseling in de flora en fauna en in de landschappen. Hierdoor verschillen de overnachtingsplekken enorm en heb je elke avond een mooi uitzicht.

De wind: dit is waar de Canarische Eilanden om bekend staan. Wind. Iets om rekening mee te houden want doordat er niet heel veel natuurlijke schuil mogelijkheden zijn ontkom je er op sommige dagen echt niet aan. En campers en wind zijn niet altijd een ideale match. Tijdens de winterperiode hoort er minder wind te zijn, hier merkte wij niet veel van. Wat bleek, we hebben pech gehad en hadden een slechte 'winderige' winter te pakken.

Dakraam camper vervangen

Nog geen anderhalf jaar na de bouw van Brutus begon het grote dakraam (Dometic Heki 2) boven het bed te lekken. Dit was een van de weinige dingen die we niet zelf ingebouwd hadden tijdens ons camperbouw project. Het camper raam is namelijk gelijk geplaatst tijdens het verhogen van het dak. Het was daarom extra spannend om het dakraam te vervangen. Maar uiteraard hebben we eerst geprobeerd om het lekken te voorkomen. Dit helaas zonder veel succes. Achteraf hadden we dit kunnen weten, want het lijkt algemeen bekend dat je een lekkend dakraam enkel kan verhelpen door het opnieuw te plaatsen (mits het nog heel is). Die van ons had helaas een scheur in het kozijn en moest helemaal vervangen worden.

Is een lekkend camper dakraam te maken?

Een lekkend dakraam van een camper of caravan is te maken. Maar waarschijnlijk niet op de manier waarop je hoopt. In de meeste gevallen is het namelijk niet voldoende om er een extra kitrand omheen te leggen. We hebben het geprobeerd, echt waar. Met verschillende soorten kit en in verschillende diktes. Hoewel het dan in het begin veelbelovend leek, een paar dagen zonder lekken zelfs, kwam er na een tijdje toch altijd weer water binnen. Hoe en waarom durven we niet te zeggen, want als je onze laatste kitrand zag dan zou je zeggen dat daar echt geen water doorheen kon kruipen.

Wat soms wel werkt: Een lekdichter, zoals bijvoorbeeld Captain Tolley’s Creeping Crack Cure, wil soms wel scheurtjes in kit of in de bevestiging van het camper raam of dakluik dichten. Deze dunne vloeistof zoekt zijn eigen weg door de scheurtjes en wordt vervolgens hard. Hiermee worden de scheurtjes gevuld. Dit werkt dan ook alleen bij kleine scheurtjes.

Hoe je een dakluik of camper raam dan wel maakt? Het raam of luik helemaal demonteren en opnieuw het camper raam plaatsen. Dat is de enige manier om er 100% zeker van te zijn dat je camper daarna niet meer lekt.

Hoe haal je een camper dakraam los?

Als een camper raam of luik goed is geplaatst dan hoor je deze eenvoudig los te kunnen halen. Aan de binnenkant zitten enkele schroeven of bouten welke het buitenste en binnenste deel van het camper raam tegen elkaar aantrekken. Hier klemt het camper dak (of de wand) tussen. Door deze schroeven of bouten los te draaien komt in de meeste gevallen het binnenste deel van het camper raam of luik los.

Het buitenste gedeelte zal dan nog vastzitten door de gebruikte kit. Als de juiste flexibel blijvende kit is gebruikt (bijvoorbeeld Sikaflex 710) dan hoor je deze eenvoudig met een dun (stanley)mesje los te snijden. Steek voorzichtig het lemmet onder de rand van het kozijn en maak rustige bewegingen terwijl je het kozijn bij de delen die al zijn losgesneden ligt optilt. Als je op deze manier het hele kozijn rondgaat kan deze er vrij eenvoudig uitgepakt worden.