Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog

De grote oorlog, van 28 juli 1914 tot 11 november 1918

Frankrijk is twee keer het decor geweest van een wereldoorlog. Zowel de Eerste als Tweede Wereldoorlog hebben zich hier voor een groot deel afgespeeld. Een vakantie in Frankrijk is dan ook haast ondenkbaar zonder een glimp op te vangen van deze moeilijk voor te stellen geschiedenis. Om een beter beeld te krijgen op de impact die de oorlogen op het land hebben gehad, wordt hier de Eerste Wereldoorlog kort samengevat. Voor meer informatie wordt er doorgelinkt.

De Eerste Wereldoorlog in Frankrijk

De Eerste Wereldoorlog, ook wel bekend als de grote oorlog, duurde van 28 juli 1914 tot 11 november 1918. Het grootste deel van deze oorlog vond plaats in Europa, maar ook in Afrika, Azië en het Midden-Oosten werd gevochten.

De directe aanleiding was de moord op aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk (28 juni 1914) door een Bosnisch Servische nationalist. Frans Ferdinand was de troonopvolger van het toenmalige koninkrijk van Oostenrijk-Hongarije. Met de toenemende populariteit van het militarisme en het radicaal-nationalisme was de keuze voor militair ingrijpen snel gemaakt.

Europa was nog geen Unie zoals nu, het was een lappendeken van bondgenootschappen. Die snel werden ingeschakeld waardoor de grootmachten tegenover elkaar stonden. De geallieerden: het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland tegenover de centralen: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, het Ottomaanse Rijk (Turkije) en Italië (waarvan Italië zich later aansluit bij de geallieerden). Veel landen beschikten in die tijd over kolonies waardoor de oorlog snel verspreid werd over de wereld. Op 28 juli 1914 valt Oostenrijk-Hongarije Servië binnen, kort daarop volgt een invasie van Duitsland in België, Luxemburg en Frankrijk (Nederland was neutraal tijdens deze oorlog). Meer over het verloop, bekijk hier de tijdslijn. De Duitsers komen tot Parijs waar de opmars een halt wordt toegeroepen. Tot 1917 graven beide kanten zich in met loopgraven. De Amerikanen schoten hun Franse bondgenoten te hulp toen de Duitsers middels een offensief verder wilden trekken. Uiteindelijk is het tot een staakt-het-vuren gekomen op 11 november 1918.

Een opmerkelijk detail tijdens de Eerste Wereldoorlog is dat oorlogsvoering werd geromantiseerd, zowel de Duitsers als de Fransen zagen er niet tegenop. Hoewel de Duitsers over het sterkste landleger beschikten, trokken de Fransen enthousiast ten strijde. Het werd gezien als de grote zuiveraar, jongens veranderen in mannen en men wordt er beter, sterker, slimmer en meer volwassen van. Na het winnen van de oorlog zouden alle problemen vanzelf oplossen met gouden tijden als beloning.

De loopgraven

Kenmerkend aan de Eerste Wereldoorlog zijn de loopgraven, die als een soort nieuwe grenslijn gezien kunnen worden. De loopgraven liepen van de kust van België (Nieuwpoort) richting Ieper en Frankrijk in. Via Lens naar beneden langs Vimy en met een bocht naar Verdun. De loopgraven strekten zich uit tot aan de Vogezen en de Frans-Zwitserse grens in Belfort.

Niet alleen maakten de Duitsers gebruik van loopgraven, ook de geallieerden hadden zich ingegraven om hun positie niet prijs te geven. Zo kreeg de oorlog ook wel de naam loopgravenoorlog, beide partijen lagen op enkele tientallen tot honderden meters van elkaar af. Gescheiden door een stuk niemandsland dat was bewerkt met granaatexplosies en waar ter bescherming landmijnen en prikkeldraad aangebracht was. Aan beide kanten zag de opbouw van de loopgraven er ongeveer hetzelfde uit:

  • Eerste linie: met voorposten, mitrailleursnesten, etc. Via kleine nauwe loopgraven was de eerste linie verbonden met de hoofdlinie.
  • Hoofdlinie: dit zijn de eigenlijke loopgraven. Hier brachten de soldaten de meeste tijd door en dit was de weg om troepen te verplaatsen.
  • Achterland: de aanvoerroute voor materiaal, soldaten en voedsel. Via kleinere loopgraven en spoorwegen was het achterland verbonden met de hoofdlinie.

Dat het geen pretje in de loopgraven was, mag duidelijk zijn, waren het niet de weersomstandigheden dan was het de vijand. Die op sommige plekken (Vimy bijvoorbeeld) tunnels groef om onder de loopgraven te komen zodat deze konden worden opgeblazen. Meer over oorlogvoeren in loopgraven is hier te lezen.

Zelf ervaren?

Tot op de dag van vandaag is er langs de loopgraven grens nog veel wat doet herinneren aan de Eerste Wereldoorlog. Van monumenten tot musea.

Lens: Nécropole Nationale de Notre-Dame de Lorette, rond de heuvel waarop dit memorial zich bevindt vonden 100.000 Franse soldaten de dood. Een groot deel wordt hier herdacht.
Vimy: Door de steun van de Canadezen kon Vimy Ridge worden veroverd. Zij leden hier wel flinke verliezen. Daarom heeft de Franse staat één vierkante kilometer land geschonken aan Canada. Op dit moment is hier een schitterend monument. Maar ook zijn hier herstelde loopgraven en de granaatinslagen nog goed te zien.
Verdun: Rond 1870 werden hier forten rond de stad gebouwd. De grootste daarvan Vaux en Douaumont zijn toegankelijk. Ook hier vindt je zwaar bevochten heuvels; Côte 304 en Mort-Homme aan de linkeroever van de Maas.

De getallen

Lang ging de loopgravenoorlog gelijk op, winst ging om honderden meters. Tot 1918 toen de geallieerden door de loopgraven van de centralen doorbraken en oprukten naar Duitsland. Met de overgave in 1919 en het Vredesverdrag van Versailles komt er een einde aan de oorlog.

In de vier jaar dat de grote oorlog heeft geduurd zijn er naar schatting 70 miljoen militairen ingezet, waarvan 60 miljoen uit Europa afkomstig waren. Meer dan 9 miljoen hebben het leven gelaten. Dit is het op vijf na dodelijkste conflict in de wereldgeschiedenis geworden.