Twee dagen op pad met een 4×4 auto vanuit Reykjavík

De highlands verkennen kan niet anders dan met een 4x4 voertuig

Hoewel we de gravelwegen niet schromen, zijn sommige wegen niet aan te raden om met onze camper of zelfs een normale auto te rijden. Daarom besluiten we in Reykjavík een auto te huren die geen problemen heeft met de zogenoemde F-wegen (en stiekem ook een stuk van een mountain road). Voor twee dagen hebben we de beschikking over een Toyota RAV4, helaas een automaat maar dat mag de pret niet drukken.

Þingvellir als uitvalsbasis

Aangezien we de huurauto maar twee dagen hebben zijn we gaan zoeken naar een plek waar de camper zonder problemen kan blijven staan. Het moet een plek zijn waar we twee dagen het binnenland van IJsland in kunnen knallen met de 4×4 auto. Na lang zoeken, wikken en wegen welk deel we willen gaan verkennen komen we uit bij Þingvellir.

Vanaf hier kunnen de F52 en vervolgens de F550 omhoog gevolgd worden langs de Langjökull gletsjer (de tweede grootste gletsjer van IJsland). Ook de kleinere wegen F337 en F338 kunnen vanaf hier gereden worden om vervolgens een ronde te maken via een zijweg van de F347. Andere opties voor een uitvalsbasis waren Landmannalaugar of Þórsmörk maar aangezien de Laugavegur trail ons hier al langs heeft gebracht besluiten we een nieuw deel te verkennen.

Let op: Autoverhuurders leggen soms beperkingen op aan wegen die niet gereden mogen worden. Gaat er iets mis op een weg die je niet mag rijden, dan kan je zo de sigaar zijn. Vraag ook na wat de verhuurder als schade ziet. SADCars, waar wij de auto hebben gehuurd, was gelukkig de moeilijkste niet. Zo worden putjes op de motorkap niet gezien als schade.

Dag 1: Met de F52 langs grotten en watervallen

Vanaf 09:00 uur kan de 4×4 auto opgehaald worden in Reykjavík, dus iets over negen staan we voor de deur. We gaan er alles uithalen. Hoewel we hadden gevraagd om een handgeschakelde auto was deze in onderhoud waardoor er alleen nog een automaat beschikbaar was. Een beetje jammer, maar gelukkig rijdt de Toyota RAV4 fijn. Zo snel als de camper toelaat rijden we naar Þingvellir. Hier parkeren we de camper op de campingplaats naast de F52, in de buurt van het informatiecentrum.

Via F52 – F550 naar Langjökull gletsjer

Om erin te komen, aan de auto te wennen en omdat we nog maar een halve dag licht hebben, besluiten we te beginnen met een relatief makkelijk rondje. We volgen de F52 omhoog die overgaat in de F550. De wegen zijn beter als verwacht en met de 4×4 vlammen we er vrij snel overheen. We zijn zo bij de eerste stop, de Langjökull gletsjer. Met de 4×4 kunnen we er praktisch op rijden, helaas is het weer te slecht om verder dan 10 meter de gletsjer op te lopen. Maar we hebben toch mooi op een gletsjer gestaan hier in IJsland!

Volgend hoogtepunt de Hraunfossar waterval

Snel vervolgen we onze weg naar het volgende hoogtepunt, de Hraunfossar waterval. Niets imposants, geen val van over de 100 meter, geen kracht waar je bang van wordt maar een schitterende en rustige waterval die uit de lava komt zetten. Inderdaad eruit, niet er overheen. Het water gaat honderden meters door de lavastroom om hier vervolgens uit te komen in de rivier.

Om de dag in stijl af te sluiten rijden we de F578 nog een stukje omhoog tot we uitkomen bij de Surtshellir grot(ten). Verschillende openingen in de grond bieden toegang tot lavagrotten met een totale lengte van ongeveer drie en een halve kilometer. Hiermee is dit het grootste lavagrottenstelsel in het gebied en ook de meest bekende. In de saga’s werd er al gesproken over deze grotten, in die tijd zouden de boevenbendes zich hier ophouden. Nu is het mogelijk om zelf door de grotten te dwalen, maar de in onze reisgids besproken mooie delen dieper in de grotten weten wij niet te vinden. Via de F518, F50, F512 en F50 komen we terug bij Þingvellir waar we de camper weer terugvinden.

Dag 2: Nog kleinere wegen en het echte highlands gevoel

Na de eerste dag weten we het zeker, we moeten nog kleinere wegen opzoeken om het echte 4×4 gevoel op te roepen. Gelukkig hebben we dat op de planning staan voor dag twee. Eerst rijden we het Þingvellir park uit om halverwege de route richting Geysir het asfalt achter ons te laten en de F337 op te draaien. Het weer zit helaas niet echt mee maar de weg is een stuk uitdagender. Gravel maakt plaats voor losse stenen en het volgen van paaltjes. Na een tijdje een bergrug te hebben gevolgd verandert de ondergrond in los zand gevolgd door een lavastroom. Dit is de reden om een 4×4 te huren!

Na een paar uur bereiken we de kruising met de F338 die de elektriciteitskabels volgt en wat minder technisch is. Maar zeker niet minder mooi, de mist trekt weg en we krijgen steeds meer te zien van de landschappen. Na het doorsteken van een rivier komen we uit op de F35 en is het nog maar een paar kilometer tot Geysir en de Gullfoss waterval. Gek om na de hele ochtend geen auto te zijn tegengekomen opeens in deze drukte van toeristen te staan.

Weg van toeristische trekpleisters

Na een kort bezoekje aan beide toeristische trekpleisters zoeken we wederom de rust op. We pakken de F35 omhoog om er bij de F347 af te slaan. Op zoek naar de gekleurde bergen. Na een kilometer of vijftien nemen de kleuren af en besluiten we verstandig om iets terug te rijden en de zijweg, die haast parallel loopt aan de F35, terug te rijden naar Geysir.

Parallel aan de F35

Of we deze weg mogen rijden van SADCars weten we niet zeker, maar damn wat is hij gruwelijk! Met in totaal zeker een rivercrossing of zeven en een heleboel bizarre uitzichten en technische stukken rijden we met schemer het asfalt weer op. Maar goed dat we niet de grote ronde (de F347 volgend) gedaan hebben. Terug naar de camper om daarna de auto voor twaalf uur in te leveren. We hebben er alles uitgehaald, hiervoor hadden we echt een 4×4 auto nodig.


«

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *